Dat voetbal niet alleen maar leuk en gezellig is weet iedereen die niet onder een steen leeft. Het is dan ook heel gemakkelijk om naar de selectie te wijzen waar het niet altijd loopt zoals we graag zouden willen en waar iedereen een mening over heeft, maar ook bij andere teams zijn er ongetwijfeld discussies over het wisselbeleid of het optreden van de scheidsrechter. Gelukkig hebben we nog niet hoeven meemaken dat spelers of de wedstrijdbegeleiding ernstig mishandeld werden, maar ook dat hoort steeds vaker tot de realiteit. Nu ik zelf voetbal, begrijp ik heel goed dat emoties hoog op kunnen lopen, maar laten we met zijn allen even blijven nadenken waar het echt om gaat. Uiteindelijk is ieder lid van een amateurvereniging lid geworden omdat hij of zij liefde voor het voetballen heeft. Niemand verdient zijn brood met voetballen en ook niemands leven hangt er van af, al zou je dat soms wel denken. Ik ben op zoek gegaan naar de kern van het voetbalgeluk en dat vond ik natuurlijk bij de kabouters!

Elke woensdagmiddag om 16:45 is het kunstgrasveld op de Zweede het domein van de kabouters. Deze trainen/spelen dan onder leiding van Heleen Klein Poelhuis, de meesten gekleed in een blitse trainingsoutfit en minivoetbalschoenen. Ook onmisbaar is het enthousiaste publiek bestaande uit ouders en opa’s en oma’s. De conditietraining bestaat niet uit de gevreesde sprintoefeningen, maar bijvoorbeeld uit een kat- en muisspel. Schwalbes kennen de kabouters ook niet. Als ze over hun eigen benen vallen, en dat gebeurt nog wel eens, dan sta je zo snel mogelijk op, kijk je om je heen of niemand het gezien heeft en dan loop je door alsof er niets is gebeurd. Het juiste moment van passen is bij de kabouters ook net iets anders dan bij de oudere voetballers. Dat is niet wanneer je medespeler vrij loopt, maar wanneer je vader of moeder duidelijk aangeeft dat hij of zij kijkt.

Toch is het kaboutervoetbal meer dan alleen maar “leuk”. Volgens Heleen is het in de F-jes goed te merken welke spelers al ervaring hebben opgedaan bij de kabouters. Ze hoopt dan ook dat de F-teams in de toekomst beter mee kunnen doen in de competitie. Verliezen is nooit leuk, maar heel vaak of heel dik verliezen al helemaal niet. Teams die goed meedraaien in de competitie zijn over het algemeen gemotiveerder en hebben er meer plezier in. Het zou jammer zijn dat er kinderen al vroeg met hun carrière stoppen juist omdat ze zo fanatiek zijn en het niet leuk vinden om te verliezen. Ook voor de lichamelijke opvoeding is kaboutervoetbal erg belangrijk. Kinderen zijn lekker buiten bezig, ontwikkelen sociale vaardigheden en verbeteren hun coördinatie.

Inmiddels zijn er al heel wat verenigingen met kabouterspelers. Iedere vereniging kleurt het kaboutervoetbal op haar eigen manier in, maar de essentie is altijd plezier maken en sportief bezig zijn. Er worden onderling ook wedstrijdjes georganiseerd. Hier zullen de kabouters uit Boekelo volgend jaar hoogstwaarschijnlijk ook aan mee gaan doen. Hierdoor leren de kinderen al op jonge leeftijd om te gaan met winst en verlies en respect te hebben voor de tegenstander.

Iedereen die de basis even kwijt is en geen plezier meer heeft in het voetballen wil ik dan ook adviseren eens te gaan kijken bij de kaboutertraining, want daar begint het uiteindelijk allemaal.

Tot de volgende “Geen column”.

Nandine Mansveld